Wat doen we daaraan? / Alternatieve orkestopstellingen
De meeste symfonie-orkesten gebruiken doorgaans de standaard orkestopstelling, met de eerste en tweede violen rechts en de celli en contrabassen links vanuit het orkest gezien:
Bij deze opstelling zitten de blazersgroepen dicht op elkaar, waardoor de geluidsbelasting van de musici relatief hoog is. Een grote studie van Peutz & Associés uit 2003 toont aan dat dit probleem op een aantal manieren te ondervangen is:
Afstandvergroting
Afstandvergroting tussen koper-slagwerk-houtblazers en de strijkersgroepen van 1,5 meter (het huidige gemiddelde) naar 3 meter zal de totale geluidbelasting voor de groepen musici die er direct vóór zitten met 1,5 à 2,5 dB afnemen; de geluidspieken zelfs met 3,5 à 5 dB. Een verdere verdubbeling van de afstand zal de pieken met nog eens 2 à 4 dB kunnen terugdringen maar geen grote invloed hebben op de totale geluidsbeslasting van de musici in het orkest.Het vergroten van de afstand tussen musici is overigens niet altijd mogelijk. Niet alleen de afmetingen van de orkestbak of het podium vormen hierbij de beperkende factor, maar ook het feit dat het samenspel van het orkest hierdoor nadeling beïnvloed kan worden. Uit het Peutz-onderzoek blijkt dat het een redelijk alternatief is om een ‘gat’ open te laten vóór de kopergroepen en de afstand tussen de strijkers en de houtblazers met 1 à 1,5 meter te vergroten.
Verhoogd opstellen
Verhoogd opstellen van de trompetten en trombones, bijvoorbeeld met 50 of 100 cm levert voor degenen die er voor zitten een reductie in de geluidspieken op van 3 à 5 dB. Althans, als de blazers hun instrumenten allemaal op een gelijke wijze richten. De invloed hiervan op de gemiddelde dagdosis over een geheel jaar zou een reductie van 1 à 2 dB zijn. Ook houtblazers kunnen verhoogd worden opgesteld, al is het effect daarvan geringer doordat deze instrumenten een andere ‘richtwerking’ hebben: de geluidspieken van de houtblazers zouden met 1 dB verminderd kunnen worden, terwijl de reductie van de gemiddelde dagdosis te verwaarlozen zou zijn.Nadeel van verhoogd opstellen is dat de balans van het orkest enigszins verstoord raakt. Volgens het Peutz-onderzoek kan men dat echter oplossen door de koperblazers iets minder hard te laten spelen of door hen minder luide instrumenten te laten gebruiken. Verhoogd opstellen is overigens niet altijd mogelijk; met name de hoogte van de orkestbak kan een beperkende factor vormen.
Plaatsen geluidscherm
Met het plaatsen van een geluidscherm kan men geluid van achteren reduceren. Volgens het Peutz-onderzoek moet een dergelijk scherm een hanteerbare maat hebben, waardoor hij zo dicht mogelijk achter het hoofd van een musicus geplaatst kan worden. In dat geval kunnen geluidspieken (van bijvoorbeeld koperinstrumenten) direct achter het hoofd met 7 à 10 dB gereduceerd worden en wordt de gemiddelde geluidbelasting met 4 à 5 dB gereduceerd. Wanneer er meerdere koperblazers achter een musicus zitten is het effect van zo’n scherm minder, omdat de afscherming van opzij minder effectief is. In de praktijk zal de reductie van de geluidspieken dan ook 4 à 5 dB bedragen en die van de gemiddelde geluidbelasting 2 à 3 dB.Dit soort schermen kunnen overigens behoorlijke invloed hebben op de klankbalans van een orkest doordat een deel van het geluid – met name de hogere frequenties – naar achteren wordt gereflecteerd. Daarnaast geven sommige geluidschermen het geluid terug naar de voortbrenger van het geluid (zie ook Geluidschermen).


